Betrouwbaarheid van het systeem

De gevolgen van de digitale evolutie in de communicatie zijn een sterk verbeterde audio en meer én krachtigere functionaliteiten van het communicatienetwerk. Juist voor kritische communicatie zijn deze verbeterde eigenschappen essentieel. Het stelt bedrijven in staat hun streven naar meer efficiëntie en verbetering van hun bedrijfsprocessen te realiseren.
Professionele gebruikers moeten voor veiligheid en beschikbaarheid op hun communicatie kunnen vertrouwen. Daarom geven wij speciale aandacht aan de hoogst mogelijke betrouwbaarheid van het systeem. Periodiek worden de radiokanalen door het systeem gecontroleerd. Als een van de kanalen uitvalt, zal dit worden waargenomen.
Het systeem zorgt dan voor een alarm en zal het betreffende kanaal niet meer uitgeven. Niet alleen het volledig uitvallen van een kanaal is funest voor een gebruiker die op het kanaal werkt, ook een vreemde zender kan de communicatie op een kanaal storen. Daarom wordt een kanaal ook niet meer toegewezen als het systeem op de ontvanger een draaggolf vindt, die niet aan een gebruiker in het systeem behoort.
Door dit uitschakelen van onbruikbare radiokanalen wordt slechts de systeemcapaciteit aangetast, de gebruikers merken er dus niets van, tenzij het systeem druk bezet is; de wachttijd kan dan oplopen maar de communicatie blijft mogelijk. Als het organisatiekanaal uitvalt, zou het gehele systeem niet meer kunnen functioneren. Daarom zal bij een uitval van dit kanaal onmiddellijk een spraakkanaal als organisatiekanaal ingezet worden. De portofoons zullen dit nieuwe organisatiekanaal herkennen en het systeem kan ononderbroken doorwerken.
Redundantie
Hoewel men binnen een single site netwerk ook redundante apparatuur kan toepassen, zal deze redundantie nooit voor de volle 100% worden afgedekt. Denk aan bijvoorbeeld een brand of explosie in of in de directe nabijheid van de apparaatruimte van het opstelpunt.
Met één enkel opstelpunt is het in een dergelijk geval aannemelijk dat zowel de hoofdapparatuur evenals de redundante componenten beschadigd zijn. Een ander voorbeeld is een volle blikseminslag die, ondanks eventuele bliksembeveiliging, de installatie in één klap kan verwoesten.
Site redundantie
Een betere vorm van redundantie verschaft een multi site netwerk (MCCN). Hiermee verkrijgt men hogere betrouwbaarheid door de zogenaamde site redundantie. Bij een onverhoopte uitval van het hoofd opstelpunt (main antenna) blijft het gebied nog steeds van radiocommunicatie voorzien omdat de naastgelegen opstelpunten (Neighbor Cells) de communicatie overnemen.
DMO redundantie
Redundantie in DMO (direct mode operation) is een optionele functionaliteit. Hiermee kunnen portofoons omschakelen naar DMO waardoor er direct portofoon/portofoon verkeer ontstaat. Een situatie zoals gebruikelijk in analoge netwerken; echter ook met dezelfde reikwijdte beperkingen.
Gecombineerde redundantie
De beste vorm van redundantie wordt uiteraard verkregen door het toepassen van zowel redundante apparatuur in de opstelpunten zelf, evenals een multi site netwerk toe te passen. Met gecombineerde redundantie wordt het hoogst mogelijke niveau van beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het communicatiesysteem gehaald. Binnen het door MCCN geboden netwerk wordt gecombineerde redundantie nagestreefd.
Gebruikte techniek

Entropia Digital is gebaseerd op het wereldwijde TETRA- & MPT-1327-protocol. Zoals GSM de standaard is voor mobiele telefonie voor het grote publiek, is TETRA de standaard voor mobiele communicatie voor de Openbare Orde en Veiligheidsdiensten en andere Mission Critical-communicatie.
TETRA is de officiële open Europese standaard voor hulpverleningsdiensten. Een open standaard is ontwikkeld met inbreng van gebruikers en industrie en geaccepteerd door een bevoegd instituut, in dit geval het Europese Standaardisatie Instituut voor Telecommunicatie (ETSI). Omdat TETRA een open standaard is mogen alle fabrikanten hiervoor diensten en producten op de markt brengen. Dit is goed voor de technische ontwikkeling en, vanwege de concurrentie, ook voor de kostenontwikkeling.
De Tetrastandaard is gebaseerd op de nieuwste digitale technologieën en wordt continu verder ontwikkeld. Omdat TETRA oorspronkelijk is ontwikkeld voor professionele gebruikers zijn beveiliging, koppelbaarheid aan meldkamersystemen en veiligheidsvoorzieningen (noodknop en direct mode) standaard meegenomen.
Frequentiebeleid en licenties
In Nederland is de Minister van Economische Zaken verantwoordelijk voor het telecommunicatiebeleid. Binnen het ministerie van Economische Zaken is het Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post (DGTP) belast met de ontwikkeling van telecommunicatiebeleid. Een onderdeel daarvan is het frequentiebeleid. Dit frequentiebeleid wordt samen met de beleidsontwikkelingen en het frequentiebeheer beschreven in het Nationaal Frequentie Plan (NFP).
Agentschap Telecom voert het frequentiebeleid uit. Ze beheert het radiospectrum en wijst frequenties toe, stemt met buurlanden af wie welke frequenties gebruikt. Vanuit haar expertise draagt Agentschap Telecom op nationaal, Europees en mondiaal niveau bij aan de ontwikkeling van het frequentiebeleid.
De TETRA-technologie opereert in de 410-430 MHz frequentie band. Deze frequentieband wordt al ruim 10 jaar gebruikt voor andere mobilofoon en portofoon netwerken in Nederland. De digitale techniek dient ter vervanging van bijvoorbeeld het huidige analoge radio netwerk van ComboNet. Daarnaast heeft KPN de dienstverlening op het analoge radio netwerk (Traxys) in 2006 beëindigt.
Entropia Digital is de enige landelijke Tetra en MPT-1327 operator in Nederland.
Techniek
TETRA gebruikt 'Time Division Mulitple Acces' (TDMA) met vier user-kanalen in 1 radio-carrier en 25 kHz ruimte tussen de carriers. Zowel point-to-point als point-to-multipoint transfer kan gebruikt worden. Digitale data-transmissie is�ge�ntegreerd in de standaard maar met een vrij lage snelheid.
Naast voice- en dispatching-services, ondersteunt TETRA verschillende types data-communicatie. Status-messages en Short Data Services (SDS) worden getransporteerd over het main control channel van het systeem, terwijl Packet Data communication specifiek toegewezen transportkanalen gebruikt.
Alle verkeer is normaal gesproken encrypted. TETRA biedt zowel over-the-air als end-to-end-encryptie.
Flexibele kanaaltoewijzing
Een trunkingsysteem maakt gebruik van meerdere kanalen, dit maakt het systeem extra betrouwbaar. Omdat de kanalen steeds naar behoefte worden toegewezen en een gebruiker niet op een specifiek kanaal aangewezen is voor zijn spraakverkeer, wordt de uitval van een enkel kanaal onder normale omstandigheden niet door de gebruiker opgemerkt. De trunking controller is zo geprogrammeerd dat alleen de overgebleven kanalen verder worden toegewezen. Indien een controlekanaal uitvalt zal de controller onmiddellijk een nieuw kanaal als controlekanaal aanwijzen. De portofoons gaan op zoek naar het nieuwe controlekanaal en zullen slechts korte tijd buiten bedrijf zijn. De gebruiker merkt niet dat er van controlekanaal is gewisseld.
Uitschakeling van de ontvanger bij storingen
Bij uitval van een kanaal en bij stoorsignalen op de ontvanger van de vaste post is het noodzakelijk een bepaald kanaal niet te gebruiken. Met behulp van de digitale air interface beslist de controller of een signaal gewenst is of niet. Een uitgeschakelde ontvanger wordt weer in gebruik genomen als de storing voorbij is.
Uitschakeling van de zender bij onvoldoende vermogen
De trunking controller bewaakt de ontvanger en signaleert uitval of vermindering van het uitgangsvermogen van de zender.
Als het uitgangsvermogen van één van de zenders beneden een bepaalde drempelwaarde komt dan wordt het betreffende kanaal niet meer door de centrale gebruikt. Deze drempelwaarde wordt zodanig afgesteld dat een kanaal automatisch buiten werking wordt gesteld als zijn uitgangsvermogen zover gedaald is dat de geplande en ingestelde reikwijdte negatief beïnvloed wordt.
Zelfdiagnose van het systeem

De trunking controller voert in geval van problemen met het systeem een diagnose uit. Hierbij worden het functioneren van de trunking controller en de interfaces naar de zenders en ontvangers gecontroleerd. Als er iets mis is dan worden akoestische of optische alarmsignalen bij de trunking controller en bij de bedienings- en onderhoudscomputer gegeven.
We onderscheiden drie niveaus van storingen: Blocking failures waarbij het niet meer mogelijk is om van (een deel van) het systeemgebruik te maken. Major failures zijn fouten waarbij met verminderde functionaliteit het systeem nog steeds bruikbaar is. Minor failures kunnen worden gezien als schoonheidsfouten.
Niet alleen het uitvallen van een kanaal is funest ook een vreemde zender kan de communicatie op een kanaal storen. Daarom wordt een kanaal niet meer toegewezen als het systeem op de ontvanger een draaggolf vindt, die niet aan een gebruiker in het systeem behoort.
Door dit uitschakelen van onbruikbare radiokanalen wordt slechts de systeemcapaciteit aangetast, de gebruikers merken daar niets van, tenzij het systeem druk bezet is; de wachttijd kan dan oplopen maar communicatie blijft mogelijk. Als het organisatiekanaal uitvalt, zou het gehele systeem niet meer kunnen functioneren. Daarom zal de centrale controller bij een uitval van dit kanaal onmiddellijk een spraakkanaal als organisatiekanaal inzetten. De mobielen zullen dit nieuwe organisatiekanaal herkennen en het systeem kan zonder onderbreking doorwerken.
Als er in de controller een defect is dan kan het trunkingsysteem niet meer functioneren. Om op dit moment toch nog communicatie mogelijk te maken, is het systeem voorzien van een zogenaamde "fallback-mode".
Calamiteiten overzicht:
- Spreekkanaal valt uit: slechts verminderde capaciteit
- Organisatiekanaal valt uit: automatisch nieuw organisatiekanaal
- Controller valt uit: Verminderde functionaliteit
- Netspanning valt uit: noodstroominstallatie schakelt in
Sites of opstelpunten
Het Entropia-netwerk is gebaseerd op Motorola en/of Rohde & Schwarz apparatuur. De installatie op een gebouw of in een mast bestaat uit twee zogenaamde OMNI of PANEL-antennes. Dit zijn ronde buizen (spriet antennes) van ong 65 mm doorsnede, ze hebben een lengte van 2,8 meter en worden op ongeveer 2 meter van elkaar geplaatst met een mastconstructie op de toegestane hoogte.
De antennes worden aangesloten op apparatuur, die met een speciale voeding op het elektriciteitsnet wordt aangesloten. De apparatuurkast is ca 60x60x60 cm en de voeding 90x60x40cm.